Er zijn landen die je bewondert. En landen die je raken. Costa Rica behoort voor mij tot de tweede categorie, en dat is na meer dan twintig jaar wonen en wandelen hier nog altijd zo.
Dat heeft alles te maken met hoe klein dit land is en hoe groot de contrasten zijn.
Costa Rica is kleiner dan Nederland en toch herbergt het ongeveer vijf procent van de wereldwijde biodiversiteit. In één dag rijden ga je van nevelwoud naar vulkanisch landschap naar tropisch droogwoud naar de Caribische kust. Die overgang voel je niet alleen als reiziger in een auto, maar vooral als wandelaar op een pad. Te voet merk je elk gradiënt in temperatuur, vegetatie en vogelgeluid.
Dat is wat wandelen in Costa Rica anders maakt dan wandelen in andere landen. Niet de afstanden zijn groot, maar de variatie. Op twaalf kilometer van San Luis naar Veracruz verander je van ecosysteem. Op drie dagen van San Gerardo de Rivas naar de top van de Chirripó verander je van klimaatzone. Costa Rica is compact genoeg om veel te zien en gevarieerd genoeg om elke wandeling anders te maken.
De meeste reizigers die naar Costa Rica komen kennen Monteverde, Arenal en Manuel Antonio. Dat zijn prachtige plekken. Maar wie alleen die route afloopt, ziet een fractie van wat dit land te bieden heeft aan wandelaars.
Er zijn reservaten waar je de enige bezoeker van de dag bent. Paden die door lokale gemeenschappen worden beheerd en die je nergens in een reisgids vindt. Nevelwouden waar de blackfaced solitaire zingt en je hem eerder hoort dan ziet. Stranden in nationaal park Cahuita waar het regenwoud doorloopt tot op de kustlijn, zodat je tegelijkertijd door de jungle en langs de oceaan loopt.
Dit soort plekken bestaan. Ze vragen alleen iemand die ze kent.
Een wandelparadijs is Costa Rica niet alleen voor de ervaren trekker. De diversiteit aan routes maakt het land toegankelijk voor vrijwel elk niveau.
Nationaal Park Cahuita is voor iedereen met een normale basisconditie te doen: 8,8 kilometer vlak pad langs de Caribische kust, met kapucijnaapjes en pelicanen als vaste begeleiders. Het Karen Mogensen-reservaat op het schiereiland Nicoya vraagt meer voorbereiding maar biedt er een overnachting in ongerept bos voor terug. En de Chirripó, de hoogste top van Costa Rica op 3821 meter, is een driedaagse trekking die fysiek zwaar is maar haalbaar voor goed voorbereide wandelaars.
Tussendoor zijn er tientallen wandelingen van een paar uur: door nevelwoud bij Monteverde, langs de vulkaan bij Arenal, door het regenwoud van Corcovado. Costa Rica dwingt je niet te kiezen tussen gemakkelijk en avontuurlijk. Je kunt beide hebben, soms op dezelfde dag.
De regenval. Niet als probleem, maar als gegeven. Costa Rica kent twee seizoenen en in het groene seizoen, van mei tot november, regent het in grote delen van het land elke middag. Wie daartegen opziet mist het mooiste bos. Nat nevelwoud ruikt anders. De watervallen staan voller. De kleuren zijn feller.
Wat wandelaars ook onderschatten: de stilte. Op de bekende routes is het druk. Maar een kilometer van die routes vandaan kun je uren lopen zonder een andere reiziger te zien. Costa Rica heeft meer beschermd natuurgebied dan de meeste landen ter wereld, bijna dertig procent van het grondoppervlak. Dat bos is er. Het vraagt alleen om de juiste paden.
Ik organiseer wandelreizen door Costa Rica al meer dan twintig jaar. Niet vanuit een kantoor in Nederland, maar vanuit San José, waar ik woon. Dat maakt een verschil: ik weet welke routes na de laatste regenval begaanbaar zijn, welke lokale gids het reservaat als zijn broekzak kent, en waar je na een lange wandeldag goed eet.
Elke rondreis stel ik samen op basis van jouw niveau, jouw tempo en jouw interesses. Of je nu een ontspannen reis wilt met dagwandelingen, of een uitdagendere trekking als middelpunt, Costa Rica heeft voor beide het terrein.
Wil je sparren over wat mogelijk is? Stuur me een bericht via info@wandelenincostarica.nl of via WhatsApp op 00506 83126076.