Om twee uur ’s nachts gaat de wekker. Nog half slapend zoek ik de spullen bij elkaar die ik de avond ervoor had klaargelegd. Buiten is het donker en stil in San Gerardo de Rivas, het dorpje op een halfuur rijden van San Isidro del General. Dit is de uitvalsbasis voor iedereen die de hoogste bergen van Costa Rica wil beklimmen: de Urán op 3660 meter en de Chirripó op 3821 meter.
De trekking duurt drie dagen. Vijftig kilometer in totaal. Dat weet ik al. Wat ik nog niet weet is hoe de volgende uren aanvoelen.
Buiten wacht Aracelys. Ze rijdt een van de vierwielaangedreven pick-ups die wandelaars twee keer per week naar het startpunt brengen. Ze staat er om vier uur ’s ochtends voor op. Als ze weer thuis is zorgt ze voor de forellen die ze kweekt. Een vrouw met een schema dat weinig ruimte laat voor vertraging.
Ze brengt ons naar het dorpje Herradura, zo’n veertig minuten verderop. Daar wacht Blaine, onze gids voor deze drie dagen. Hij heeft zeven jaar als arbeidsmigrant in de Verenigde Staten gewerkt voor hij terugkeerde naar zijn geboortedorp en zijn weg vond in het lokale toerisme. Dit is zijn 170ste keer op deze route. Niet zijn 50ste, niet zijn 100ste. Zijn 170ste. Die ervaring ga je de komende dagen nodig hebben, ook al besef je dat pas als je er middenin zit.
De eerste streepjes licht verschijnen aan de hemel als we vertrekken. Het gebergte voor ons tekent zich af als een donkere muur van groen. Vandaag stijgen we meer dan 1500 meter.
Het pad begint door weilanden. Rustig, nog. Bij een verlaten cabaña houden we even halt, dan gaat het het nevelwoud in. Steil en zwaar. Het pad geeft niet mee.
Wat wel meevalt: het geluid. Ergens in de bomen klinkt de blackfaced solitaire, een vogel die thuishoort in het hooggebergte. Zijn melodie is ijl en metalig, een beetje onwerkelijk op dit uur. Hij zal ons de hele trekking vergezellen.
Na de stijging dalen we af naar een heldere rivier om waterflessen te vullen. Dan weer omhoog. Rond 3500 meter bereiken we het páramo, een landschapstype dat je niet verwacht in Costa Rica maar dat er desondanks bestaat: open vlaktes met lage struiken en vetplanten, verrassend veel kleurige bloemen, en een wind die hier zijn gang gaat. ’s Nachts kan de temperatuur dalen tot tegen het vriespunt. Dat voelt abstract als je erover leest. Op 3500 meter voelt het heel concreet.
Na ongeveer tien uur wandelen bereiken we de shelter Paso de los Indios. Hout en golfplaten. Geen elektriciteit. Wel gas om op te koken. Blaine maakt soep.
We leggen spullen klaar voor de volgende dag, de langste dag van de trekking, en gaan vroeg liggen. Buiten is de wind hoorbaar. Binnen is het krap maar droog.
De Urán en de Chirripó wachten.
Onder wandelaars in Costa Rica behoort deze trekking tot de meest uitdagende en meest fascinerende die het land te bieden heeft. Dat is geen overdrijving maar een beschrijving. De trekking is fysiek zwaar, de hoogte maakt het er niet eenvoudiger op, en je slaapt drie nachten op grote hoogte met beperkt comfort.
Dat is ook precies waarom mensen het doen.
De Chirripó-trekking organiseer ik als onderdeel van een rondreis op maat. Het vergt voorbereiding: een vergunning die ver van tevoren aangevraagd moet worden, de juiste uitrusting, en een realistisch beeld van je eigen conditie. Twijfel je of dit bij jou past? Stuur me een bericht via info@wandelenincostarica.nl of via WhatsApp op 00506 83126076. Dan kijk ik met je mee wat haalbaar is.